Press "Enter" to skip to content

Schoolplan OBS De Saller 2015-2019

Inhoudsopgave

1 Inleiding

1.1 Doelen van ons plan
1.2 Functies van ons plan
1.3 Procedure voor het opstellen en vaststellen van ons plan
1.4 Verwijzingen
1.5 Status van ons plan
1.6 Evaluatie van ons plan

2 Onze school

2.1 Huidige situatie
2.2 Leerling- en ouderpopulatie
2.3 Overige omstandigheden die onze beleidskeuzen beïnvloeden.

3 De opdracht van onze school

3.1 Waar we voor staan
3.2 Wat er op ons af komt. De externe ontwikkelingen
3.3 Wat wij kunnen: de interne sterkte/zwakteanalyse
3.4 Wat wij willen: de gewenste kwaliteit
3.5 Beleidsvoornemens/plannen

4 De onderwijskundige vormgeving van onze school

4.1 De onderwijskundige doelen
4.2 Huidige situatie
4.3 De ordening van de inhoud van het onderwijs
4.4 De verschillende onderdelen van de ordening
4.5 Het computeronderwijs
4.6 Onze zorg voor de leerlingen

5 De inzet en ontwikkeling van ons personeel

5.1 Doelen van het personeelsbeleid
5.2 Huidige situatie
5.3 Beleidsvoornemens/plannen

6 Overige beleidsterreinen

6.1 Algemeen strategisch beleid Stichting Consent
6.2 Ons financieel beleid
6.3 Strategisch huisvestingsbeleid
6.4 Ons relationeel beleid

7 Ons zorg voor kwaliteit

7.1 Inleiding
7.2 De doelen van onze kwaliteitszorg
7.3 Leerwinst en toegevoegde waarde
7.4 De inrichting van onze kwaliteitszorg
7.5 Beleidsvoornemens kwaliteitszorg

8 Onze beleidsvoornemens/plannen, totaaloverzicht en planning


1 INLEIDING

1.1 Doelen van ons plan

De doelen van dit schoolplan zijn:

  • als school (bestuur, directie, team en medezeggenschapsraad) vaststellen wat voor de periode van 1 augustus 2015 t/m 31 juli 2019 voor onze school het onderwijskundig beleid, personeelsbeleid, financieel beleid, relationeel beleid en het beleid ten aanzien van de kwaliteitszorg is en van deze beleidsterreinen een samenhangend geheel maken;
  • dit beleid zo vast te stellen dat het gebruikt kan worden voor planmatige schoolontwikkeling met formulering van eigen beleidsvoornemens;
  • voldoen aan de wettelijke verplichtingen te beschikken over een schoolplan;
  • het plan te baseren op een gemeenschappelijke visie vanuit een gedragen schoolconcept.

1.2 Functies van het plan

Dit plan zal fungeren als:

  • uitgangspunt voor de onderwijskundige beleidsplanning;
  • verantwoordingsdocument in de richting van de landelijke overheid;
  • basis voor richtinggevende ontwikkeling van onze school;

1.3 Procedure voor het opstellen en vaststellen van ons plan

Dit schoolplan is opgesteld door de directie van de school met inbreng van teamleden. Hun inbreng was vooral van belang bij de beschrijving van onze school, de onderwijskundige vormgeving van onze school en bij het formuleren van onze beleidsvoornemens.
Bij beschrijving van inzet en ontwikkeling van ons personeel en het financieel beleid kan veelal verwezen worden naar het bestuursbeleid m.b.t. deze zaken. Op deze terreinen worden uitsluitend schoolspecifieke aanvullingen vermeld voor zover relevant.

1.4 Verwijzingen

In dit schoolplan wordt verwezen naar:

  • de schoolgids van de school;
  • het strategisch perspectief 2012-2022 van het bevoegd gezag van onze school;
  • het personeelsbeleidsplan van het bevoegd gezag van onze school;
  • het financieel beleidsplan van het bevoegd gezag van onze school.

1.5 Status van het plan

Het schoolplan is besproken met de oudergeleding van de medezeggenschapsraad.
De medezeggenschapsraad heeft ermee ingestemd. Dit schoolplan is vastgesteld door het bestuur. Zie bijlagen.

1.6 Evaluatie van het plan

Bij het evalueren van de jaarplanning zal telkens het schoolplan bijgesteld worden met instemming van de MR.

Naar de inhoudsopgave

2 ONZE SCHOOL

2.1 Huidige situatie

Onze school is een openbare school en wordt sinds 2008 bestuurd door Stichting Consent.
Momenteel heeft onze school zo’n 120 leerlingen verdeeld over zes groepen. De onderbouw van onze school is relatief kleiner dan de bovenbouw. Er is tussentijdse instroom in alle groepen.
Andere gegevens, zoals de groepssamenstelling, de namen van directie, groepsleerkrachten en de situering van de school wordt in de schoolgids beschreven.

2.2 leerling- en ouderpopulatie

De meeste leerlingen komen uit de wijk “De Saller”, “Voswinkel” en de wijk bij de “Bloemenbuurt”. Ook kiezen ouders voor onze school die elders in het dorp wonen. Op onze school komen de leerlingen uit alle milieus. Het aantal anderstalige kinderen is relatief klein.
De landelijke trend dat beide ouders geheel dan wel gedeeltelijk aan het arbeidsproces deelnemen, is ook hier merkbaar.

2.3 Overige omstandigheden die onze beleidskeuzen beïnvloeden

 

  • binnen de gemeente Losser ontstaan brede scholen, die een totaalaanbod ontwikkelen binnen hun gebouw;
  • in 2010 is onze school gestart met het Hoorns Model. Met ingang van 2014 zijn we gaan werken met een continurooster.
  • het peuterspeelzaalwerk in ons gebouw is in 2013 gestopt met haar werkzaamheden. We merken dat leerlingen met achterstand instromen;
  • we beschikken tot het schooljaar 2012/2013 nog over de ondersteuning van logopedisten, vakdocent gymnastiek, vakdocent muziek, conciërge, administratief medewerker en combinatiefunctionarissen op het gebied van sport en cultuur. Dit totale voorzieningenniveau hebben we helaas niet kunnen handhaven gezien het beleid van de overheid.

 

Naar de inhoudsopgave

3 DE OPDRACHT VAN ONZE SCHOOL

3.1 Waar we voor staan

Onze school werkt vanuit een aantal centrale uitgangspunten: samenwerken, kindgericht onderwijs, professionaliteit, onderwijs op maat en kennis, cultuur en vorming.
Deze centrale uitgangspunten kunnen beschouwd worden als onze visie. Deze visie is de leidraad voor ons onderwijskundig beleid, personeelsbeleid en communicatie. Ook bij het vormgeven van ons financieel/materieel beleid en de kwaliteitszorg speelt onze visie een rol.
Hieronder een beschrijving van ons schoolconcept:

Leerinhouden:

  • we streven ernaar om elke leerling het maximum haalbare resultaat te laten behalen;
  • we stimuleren zoveel mogelijk de zelfstandigheid en de zelfverantwoordelijkheid van onze leerlingen in een opbouwende lijn binnen de school;
  • we streven naar een evenwichtige verdeling van cognitieve, emotionele, sociale en affectieve ontwikkeling.

Werkvormen:

  • we willen een leeromgeving creëren waarin kinderen ondervinden dat samenwerking nuttig en aangenaam is.
  • door de hele school wordt bij de wereld-oriënterende vakken thematisch gewerkt;
  • leerlingen moeten leren leren. In onze informatiemaatschappij veroudert kennis snel en moeten de leerlingen hun informatie weten te vinden (o.a. via internet) en zich kunnen bedienen van de moderne media. De gevonden informatie moeten zij kritisch kunnen verwerken en op de juiste wijze presenteren (afhankelijk van de groep).

Opvoedings- en onderwijsstijl:

  • we werken met het igdi model;
  • in alle groepen wordt rustig en zelfstandig gewerkt, waarbij elkaar helpen en ondersteunen en samenwerken wordt gestimuleerd.
  • in de hele school werken we met SWPBS.

Groeperingsvormen:

  • we kiezen ervoor om leerlingen zoveel mogelijk qua leeftijdsgroep bij elkaar te plaatsen en zorgen voor differentiatiemogelijkheden binnen de eigen groep.

Middelen:

  • voor vrijwel alle vak- en vormingsgebieden maken wij gebruik van methoden;
  • de computers worden ingezet als ondersteuning, verwerking en verdieping;
  • we maken voor zelfstandig werken veel gebruik van zelfcorrigerend materiaal.

Ouders van de school:

  • in communicatie en informatieverstrekking naar ouders investeren we veel tijd en energie;
  • ouders verlenen ondersteuning bij veel schoolactiviteiten;
  • ouders worden betrokken bij beleidsaspecten.

Omgeving van de school:

  • we werken op verschillende terreinen samen met scholen uit de gemeente Losser;
  • we onderhouden functionele contacten met buitenschoolse opvang, bibliotheek, muziekschool en buurthuis;
  • we participeren als school in veel netwerken.

Zorgbreedte:

  • we volgen leerlingen nauwlettend in hun ontwikkeling en sluiten daar zoveel mogelijk bij aan door extra hulp voor zwakke leerlingen en extra aandacht voor snellere leerlingen en door het aanbieden van aangepaste leerwegen indien noodzakelijk;
  • we hebben veel expertise in onze school.

Evaluatie:

  • de leerkrachten werken veel samen en er is frequent overleg om te zorgen voor een ononderbroken lijn in de school;
  • we werken met een leerlingvolgsysteem dat zowel het cognitieve- als het sociaal emotionele gebied bewaakt.

Levensbeschouwelijke identiteit:

  • we zijn een school, waar veel aandacht is voor normen waarden, respect voor elkaar en waar laagdrempeligheid hoog in het vaandel staat;
  • we streven ernaar om leerlingen een veilige en geborgen omgeving te bieden;
  • onze school is een ondernemende, actieve school.

3.2 Wat er op ons af komt. De externe ontwikkelingen

Met het team is gesproken over toekomstige ontwikkelingen voor onze school en wij zijn van mening dat onze school de komende jaren met de volgende ontwikkelingen te maken gaat krijgen:

  1. nadrukkelijke integratie voor informatietechnologie;
  2. aandacht voor leerresultaten in het basisonderwijs;
  3. meer aandacht voor culturele vorming;
  4. meer aandacht voor de lichamelijke ontwikkeling van kinderen;
  5. aandacht in het onderwijs voor gezonde voeding en gewoonten;
  6. ontwikkelingen in het kader van passend onderwijs;
  7. opvoedingstaken die bij scholen worden neergelegd;
  8. lokale ontwikkelingen (zie 2.3);
  9. landelijke bezuinigingen die hun weerslag hebben op het beleid van de school.

3.3 Wat wij kunnen: de interne sterkte/zwakteanalyse

Met de KMPO vragenlijsten is onderzocht hoe door alle geledingen over de school wordt gedacht. Analyse gaf het volgende beeld:

Kinderen voelen zich veilig op school. Ouders zijn heel erg tevreden over de contacten met leerkrachten en directie. Ouders vinden dat ze altijd terecht kunnen op school. en dat er serieus wordt omgegaan met de inbreng van ouders. Ouders vinden dat de kinderen positief worden benaderd en dat er in de klassen een plezierige sfeer is.
Ouders waarderen het dat de school aandacht besteedt aan maatschappelijke en actuele thema’s. Ze vinden dat de school samenwerking stimuleert. De informatievoorziening is goed. Met de kinderen wordt gesproken over normen en waarden.

 

3.4 Wat wij willen: de gewenste kwaliteit

Het team heeft haar visie geformuleerd en daaruit de volgende consequenties getrokken:

  • we streven ernaar om in de eerste vier leerjaren van de basisschool zoveel mogelijk te bereiken op het gebied van de taalontwikkeling en het rekenonderwijs;
  • adaptief gericht onderwijs vinden we noodzakelijk om een goede zorgverbreding te realiseren; hiervoor is goed en effectief klassenmanagement noodzakelijk (borgen);
  • de school heeft naast het aanbieden van kennis en vaardigheden tevens een belangrijke pedagogische taak, dat houdt in dat wij voldoende aandacht blijven besteden aan de sociaal-emotionele ontwikkeling;

 

3.5 Beleidsvoornemens/plannen

  • we willen een lerende school zijn waarin met en van elkaar geleerd wordt.
  • blijvende aandacht voor interne communicatie;
  • de externe ontwikkelingen afwachten en reageren indien nodig;
  • uitbreiding van kennis: ons op de hoogte blijven stellen van actuele ontwikkelingen op pedagogisch en didactisch terrein door middel van het lezen van vaktijdschriften, het gericht zoeken op internet, het volgen van cursussen en het bezoeken van workshops en netwerken. Deze kennis wordt gedeeld met het team tijdens teamvergaderingen.

Naar de inhoudsopgave

 

4 DE ONDERWIJSKUNDIGE VORMGEVING VAN ONZE SCHOOL

 

4.1 De onderwijskundige doelen

Onze onderwijskundige doelen zijn in de eerste plaats de doelstellingen zoals die in artikel 8 van de Wet op het primair Onderwijs zijn omschreven:

Artikel 8.:

  1. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.
  2. Het onderwijs richt zich in elk geval op de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling, en op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.
  3. Het onderwijs gaat er mede van uit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.
  4. Ten aanzien van leerlingen die extra zorg behoeven, is het onderwijs gericht op individuele begeleiding die is afgestemd op de behoeften van de leerling.

 

4.2 Huidige situatievakken

Realisering van deze doelen gaat het beste in een omgeving waar de leerlingen zich thuis voelen. We zetten ons dan ook in om het klassen- en schoolklimaat zo goed en veilig mogelijk te houden.

Daarnaast gebruiken we methoden en aanvullende materialen om het leerproces te waarborgen. Deze in gebruik zijnde onderwijsleerpakketten voldoen aan de wettelijke plicht van de kerndoelen en daar waar eventueel nog onvolkomenheden zitten, wordt gewerkt met aanvullend materiaal.

 

4.3 De ordening van de inhoud van het onderwijs

In de volgende kaders wordt per vak- en vormingsgebied aangegeven welke methoden en aanvullende materialen in gebruik zijn en of ze beantwoorden aan de kerndoelen (voor zover bekend). Tenslotte wordt aangegeven, of het betreffende gebied verandering/verbetering behoeft en als zodanig wordt meegenomen in de beleidsvoornemens.

 

AANTAL KWARTIEREN PER WEEK
WEEKPLAN IN GROEPEN 1 2 3 4 5 6 7 8
GVO / HVO 3 3
WERKEN MET ONTWIKKELINGSMATERIAAL 28 28
REKENEN/WISKUNDE 6 6 20 20 20 20 20 20
NEDERLANDSE TAAL 15 15 15 16 14 16
TAALONTWIKKELING 13 13
SPELLING 4 4 4 4 4 4
TECHNISCH LEZEN 16 14 16 13 14 14
BEGRIJPEND LEZEN 3 6 6 6 8 8
SCHRIJVEN 7 6 4 2 2 2
ENGELS 2 2 2 2 2 2 3 3
WERELDORIËNTATIE 6 6 6 6 6 6 6 6
NATUURONDERWIJS 3 3 3 3 3 3
VERKEER 2 2 2 2 2 2
MUZIKALE VORMING 7 7 2 2 2 2 2 2
BEWEGINGSONDERWIJS 28 28 6 6 6 6 6 6
TEKENEN 2 2 2 2 2 2
HANDVAARDIGHEID 2 2 2 2 2 2
TOTAAL 90 90 90 90 90 90 90 90

 

N.B. 1 * IN GROEP 1 EN 2 WORDT GEWERKT MET THEMA’S.
** GEÏNTEGREERD IN WERELDORIËNTATIE ZIJN GEESTELIJKE STROMINGEN, SAMENLEVING (W.O. STAATSINRICHTING), MAATSCHAPPELIJKE VERHOUDINGEN EN BURGERSCHAPSKUNDE.
*** SOCIALE REDZAAMHEID KOMT BIJ ALLE VAKKEN/ACTIVITEITEN AAN DE ORDE.

 

4.4 De verschillende onderdelen van de ordening

De instrumenteel-cursorische vakken:

Doelen van de school Methoden / materialen Relatie met de kerndoelen Uitvoering in de praktijk Beleidsvoornemens / plannen
De doelen van alle leergebieden m.b.t. rekenen van onze school zijn vastgelegd in een document. Rekenen en wiskunde

gr. 1/2:
Onderbouwd

gr. 3/8:
De Wereld in Getallen

aanvullend: Maatwerk Rekenen
Met sprongen vooruit

De methoden beantwoorden volledig aan de kerndoelen. Zie groepsmap. Schooljaar 2013-2014 is een nieuwe rekenmethode ingevoerd(groepen 3 t/m 8)
Schooljaar 2014-2015 is in de groepen 1 en 2 Onderbouwd ingevoerd.
Met deze methoden blijven we de komende periode werken.

 

Doelen van de school Methoden / materialen Relatie met de kerndoelen Uitvoering in de praktijk Beleidsvoornemens / plannen
De doelen van het technisch lezen en het begrijpend lezen zijn vastgesteld binnen ons samenwerkingsverband. Nederlandse taal

gr. 1/2:
Onderbouwd
gr. 3:
Veilig Leren Lezen Klm
gr. 4/8:
Taal-actief (nieuwe versie)
gr. 4/8:
Goed gelezen begrijpend en studerend lezen
gr. 4/8:
Lekker Lezen, methode VTL

aanvullend:
Map speciale leesbegeleiding
Map van De Zuid Vallei

De methoden beantwoorden volledig aan de kerndoelen. Zie groepsmap. Geen actie.

 

Doelen van de school Methoden / materialen Relatie met de kerndoelen Uitvoering in de praktijk Beleidsvoornemens / plannen
We streven ernaar dat de kinderen zich een duidelijk en vlot handschrift eigen maken, en een houding aanleren om het product goed te verzorgen. Nederlands – Schrijven

Methode Hand-schrift
Groepen 3:
Pennenstreken

Voor de groepen 4/6:
Handschrift

De methode beantwoordt aan de kerndoelen Geen actie.

 

Doelen van de school Methoden / materialen Relatie met de kerndoelen Uitvoering in de praktijk Beleidsvoornemens / plannen
Engelse taal

gr. 7/8:
Hello World (nieuwe versie)
gr. 1/6:
Groove.me

De methode beantwoordt aan de kerndoelen Geen actie.

 

De wereldoriënterende vakken:

Doelen van de school Methoden / materialen Relatie met de kerndoelen Uitvoering in de praktijk Beleidsvoornemens / plannen
Wereldoriëntatie

VierKeeerWijzer In de groepen 1 t/m 8
Thematisch werken m.b.t de vakken geschiedenis en aardrijkskunde, natuur en techniek

gr. 8 EHBO-lessen, behalen certificaat na 20 lessen

De methode beantwoordt aan de kerndoelen Zie Gouden Map Bij de thema’s van VKW gerichte techniekopdrachten ontwerpen.
Bevordering sociale redzaamheid waaronder gedrag in het verkeer:

gr. 1/8
SWPBS
gr. 4/8
materialen/ tijdschriften van VVN

De methode beantwoordt aan de kerndoelen

De muzisch-expressieve vakken:

Doelen van de school Methoden / materialen Relatie met de kerndoelen Uitvoering in de praktijk Beleidsvoornemens / plannen
Muziek

gr. 4/8
Leskwartier,
Losser met Muziek

De methode voldoet aan de kerndoelen
Handvaardigheid

gr. 1/8
Moet je doen (oude versie).
Verschillende knutselboeken.

De methode beantwoordt aan de kerndoelen
Tekenen

gr. 1/8 Tekenvaardig

De methode voldoet aan de kerndoelen
Drama Geen methode.
Bewegingsonderwijs

Bewegen, Samen, Regelen

De methode voldoet aan de kerndoelen Geen actiepunten.

 

4.5 Het computeronderwijs

 

Ons computeronderwijs heeft de volgende doelen:
– kinderen laten oefenen van de leerstof;
– kinderen vertrouwd maken met de mogelijkheden van computers (tekstverwerken, pre-sentaties e.d.);
– kinderen leren hoe via internet informatie beschikbaar kan komen en hoe daarmee om te gaan.
Zie: mediawijsheidleerlijn voor de groepen 1 t/m 8.

Voor de leerlingen zijn verschillende programma’s geïnstalleerd op ons computernetwerk:
algemeen gebruikte applicaties zoals bijvoorbeeld tekstverwerker en presentatiesoftware;
programma’s die bij de in de groep gebruikte methoden behoren;
programma’s die naast de reguliere methodes remediërende leerstof, extra oefenstof of verdieping bieden.

We verdiepen ons momenteel in de meerwaarde en de didactische inzet van I-pads / ta-blets. We willen een gerichte inzet van deze leermiddelen binnen onze school. We willen tablets inzetten als toegevoegde waarde.

 

4.6 Onze zorg voor de leerlingen

 

De leerlingen ontwikkelen zich op verschillende manieren. De resultaten die leerlingen behalen kunnen heel divers zijn. Wij vinden het belangrijk om uit te gaan van deze verschillen. Dat start al bij de aanbieding van de leerstof. De instructie moet effectief en gedifferentieerd zijn en de verwerking geënt op de capaciteiten van de leerling. Daar waar nodig, wordt extra hulpinstructie geboden en/of wordt de leerstof aangepast.

Op onze school is een solide basis gelegd in de vorm van een samenhangend systeem van leerlingenzorg. Het systeem heeft de volgende kenmerken:

a. In onze school volgen de leerkrachten de ontwikkeling (met name van de basisvaardigheden en sociaal-emotionele ontwikkeling) systematisch en signaleren problemen hierin tijdig.

b. De onderwijskundig begeleider draagt zorg voor de coördinatie van de activiteiten in het kader van de leerlingenzorg.

c. In onze school worden de gegevens van leerlingen volgens een vaste procedure besproken en nader geanalyseerd.

d. Bij de bespreking van toetsresultaten worden conclusies getrokken op drie niveaus: de individuele leerling, de groep en de doorgaande lijn binnen de school.

e. Leerlingen die bij één of meer vakken op IV- en V-niveau zitten van het CITO leerlingvolgsysteem, worden besproken. De V- leerlingen worden nader gediagnosticeerd en met hulp van handelingsplannen verder geholpen. Ook de leerlingen die boven het I-niveau scoren (hoogbegaafden) worden uitgebreider besproken.

f. De leerkracht stelt aan de hand van de verzamelde gegevens een plan op om het onderwijs aan de behoeften van leerlingen aan te passen, met het oog op het realiseren van minimum en aanvullende doelen.

g. Bij zowel analyse als planning maken leerkrachten c.q. de school gebruik van de deskundigheid en de ervaring van collega’s binnen het samenwerkingsverband en/of van externe deskundigen.

h. De leerkracht voert de opgestelde plannen uit. Indien nodig wordt de hulp buiten de klas verzorgd.

i. De leerkracht evalueert samen met de onderwijskundig begeleider de uitvoering van de plannen en zorgt ervoor dat voortgangsbeslissingen worden genomen.

j. De concrete afspraken, procedures en formulieren zijn te vinden in mappen die zijn opgeborgen in een afsluitbare dossierkast in het kantoor van de onderwijskundig begeleider.

k. Voor leerlingen met een arrangement wordt extra formatie, extra materialen en ambulante begeleiding ingezet.

SPOE en Passend onderwijs

www.spoe.nl
Het Steunpunt Passend Onderwijs Enschede is werkzaam voor de basisscholen en speciale basisscholen, die deelnemen aan het samenwerkingsverband WSNS Enschede/Losser.

Met ingang van 01-08-2014 is het nieuwe samenwerkingsverband 2302 gestart.

Dit samenwerkingsverband is zo licht mogelijk opgezet. In dit samenwerkingsverband zijn alle besturen vertegenwoordigd. Zo komt er geen bovenschoolse coördinator. De middelen moeten zoveel mogelijk naar de werkvloer.

De missie van 2302 is, dat er voldaan moet worden aan de wettelijke opdrachten van passend onderwijs en dat m.n. het aantal verwijzingen naar sbo en so terug moet. We moeten voldoen aan de verevening.

De uitwerking om hieraan te voldoen, wordt overgelaten aan de deelnemende besturen.

De insteek is, dat de deelnemende besturen zoveel mogelijk in standhouden wat er al is en wat werkt.

De schoolbesturen hebben de zorgplicht. De schoolbesturen krijgen hiervoor de middelen, de lichte en de zware zorg middelen. De verdeling van deze middelen vindt plaats op ba-sis van het aantal leerlingen.

Een gedeelte van de middelen wordt op niveau van het nieuwe samenwerkingsverband gereserveerd o.a. voor bekostiging van rechtstreekse instroom van leerlingen.

De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van SPOE, sbo en so.

Het bestuur geeft aan, dat minder leerlingen verwezen kunnen worden naar het sbo en minder leerlingen naar het so door:

  • flexibele bekostiging
  • opstellen van arrangementen
  • actief terugplaatsingsbeleid
  • actieve samenwerking met het speciaal onderwijs
  • primair aandacht voor het versterken van de basiszorg / basisondersteuning.

De scholen zullen hier op aangesproken worden.

Echter het bestuur geeft aan, dat kinderen moeten krijgen waar ze recht op hebben.

Belangrijk wordt het opstellen van arrangementen (licht-middel-zwaar). Dit wordt uitgevoerd en bepaald door SPOE.

SWV2302 zal alleen controleren of de procedure correct is gevolgd.

Het toekennen van arrangementen zal ook betekenen, dat er een verandering in leerlingenstroom zal gaan plaatsvinden. De zorgmiddelen kunnen flexibel worden ingezet.

Wat zijn de specifieke onderwijsbehoeften van het kind? Wat kan de school al bieden? Wat kan de school bieden met ondersteuning en begeleiding? Wat is haalbaar voor deze school met deze populatie leerlingen (en leerkrachten)?

De begeleiding en de ondersteuning zullen schoolspecifiek zijn. Het gaat om de breedtezorg.

Bij passend onderwijs gaat het in eerste instantie vooral om het versterken van de basiszorg / basisondersteuning en van de breedtezorg. Het zal dan vooral gaan om het versterken van de leerkrachtcompetenties.

 

Naar de inhoudsopgave

5 DE INZET EN ONTWIKKELING VAN HET PERSONEEL

 

5.1 Doelen van ons personeelsbeleid

Personeel vormt één van de belangrijkste instrumenten om beleidsdoelstellingen te verwezenlijken. Binnen onze organisatie willen wij dan ook zodanige randvoorwaarden creëren dat de werknemers in staat worden gesteld de geformuleerde beleidsdoelen te realiseren. Deze randvoorwaarden en de visie van de Stichting Consent op personeel en or-ganisatie zijn vastgelegd in ondermeer het Strategisch Perspectief2012-2022 en het Integraal Personeelsbeleidsplan. Op die wijze wordt de komende jaren ingezet op een verdere kwaliteitsverbetering onder het personeel.

 

5.2 Huidige situatie

De afgelopen jaren is een groot aantal (personele) beleidsinstrumenten ontwikkeld. De beleidsdocumenten staan op de Consent site te weten www.consent-enschede.nl

Naast de wijzigingen en aanpassingen in de arbeidsvoorwaarden onder meer als gevolg van de invoering van een nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het primair on-derwijs is de afgelopen periode ook een hoge prioriteit toegekend aan de professionalise-ring van het personeel. Met de inrichting van een eigen opleidingscentrum onder de werk-naam Academie VCO/Consent is aan dit onderdeel, naast de reeds bestaande mogelijk-heden, concreet invulling gegeven.

5.3 Beleidsvoornemens/plannen

De komende jaren wordt aandacht besteed aan een verdere implementatie van het Integraal Personeelsbeleid in al zijn facetten. Met het oog op de toenemende vergrijzing van het personeelsbestand en de te verwachten omvang van het natuurlijk verloop is het, anticiperend op deze ontwikkeling, van groot belang tijdig te investeren in nieuwe werknemers. Met de inrichting van onder meer een talentenpool wordt een concrete invulling gegeven aan het kwaliteitsbeleid.

 

Naar de inhoudsopgave

6 OVERIGE BELEIDSTERREINEN

6.1 Ons algemeen strategisch beleid

 

Inleiding

In het Strategisch perspectief 2022 ‘Onze blik op de toekomst’, staat het strategisch be-leid en onze ambitie weergegeven voor alle scholen van Consent voor de periode van 2015 tot 2022. Hiervoor hanteren we de volgende missie:

Consent wil nu en in de toekomst onderwijs bieden dat het verschil maakt. Het is onze missie om kinderen een stevige (excellente) basis te bieden, om de toekomst te lijf te kunnen. We willen kinderen ‘Leren leren’, ‘Leren communiceren’ en ‘Leren hun eigen geluk te organiseren’.

Onze merkbelofte luidt; ‘geef ons je talent, je krijgt er een toekomst voor terug’. Vanuit deze missie zijn vier kernwaarden geïdentificeerd die leidend zijn voor onze ontwikkeling. Die delen we en dat bindt ons. Deze kernwaarden zijn; excellent, aantrekkelijk, verbindend en betekenisvol.

Op basis van dit Strategisch Perspectief 2022 komen we tot een vertaling van de gewenste toekomst voor Consent naar een aanpak hiervoor in een vijftal thema’s:

  • School voor de toekomst;
  • Sturen op geluk;
  • Ouderbetrokkenheid;
  • Ambassadeurschap / aantrekkelijke werkgever; en
  • Academie VCO Consent.

De deelname aan initiatieven die voortkomen uit het Strategisch Perspectief 2022 staat open voor alle scholen.

In een meerjarenplanning, ’Operationeel Beleidsplan 2015-2019’, staat weergegeven welke doelen we in deze periode willen bereiken, wat de producten hiervan zijn, in welk jaar deze gerealiseerd zullen zijn en tegen welke kosten.

Het operationeel beleidsplan is opgenomen in de meerjarenbegroting 2015-2019. Hieron-der staan de speerpunten uit het operationeel beleidsplan:

  • School voor de toekomst: invulling geven aan het begrip “21e-eeuwse vaardighe-den”;
  • Academie VCO Consent als platform voor kennisverwerving en kennisdeling: ont-wikkeling van programma’s gericht op professionalisering en uitwisseling van ex-pertise;
  • Groeiperspectief: alle scholen werken met een meetinstrument gericht op het in kaart brengen en analyseren van de leerwinst / groei in relatie tot het leerpotenti-eel van elke leerling;
  • Sturen op geluk: ontwikkeling van lesprogramma’s. Bijvoorbeeld middels het Posi-tief Educatie Programma van prof. Bohlmeijer of middels Schoolwide Positive Be-havior Support (SWPBS);
  • Ouderbetrokkenheid: het voeren van driehoekgesprekken met leerkracht, ouder en leerling vanaf groep 6, gericht op de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van het kind;
  • Ontwikkelen van een maatwerkprogramma gericht op het vergroten van ouderbe-trokkkenheid;
  • Uitwisseling van leerkrachten en schooldirecteuren met als doel inspiratie en ken-nisdeling;
  • Ambassadeurschap: ontwikkelen van een Consent-brede leerlingenraad en goede voorbeelden van ambassadeurschap intern en extern onder de aandacht brengen;
  • Aantrekkelijke werkgever: focus op brede inzetbaarheid in combinatie met talent-management.

Niet alle wensen zullen gerealiseerd kunnen worden. Beleid maken is immers kiezen. In deze aanpak worden de speerpunten van ons beleid benoemd. Dat houdt in dat op de genoemde activiteiten de nadruk van het bovenschools beleid zal worden gelegd en (extra) middelen zullen worden ingezet. Dat neemt niet weg dat de hierna niet expliciet genoemde activiteiten geen aandacht zullen krijgen. Zo zal in de diverse schoolplannen en bij de besteding van reguliere middelen het Strategisch Perspectief 2022 herkenbaar zijn, zoals bijvoorbeeld de veelzijdigheid van ons onderwijsaanbod

 

6.2 Ons financieel beleid

Sinds 2006 kent het primair onderwijs lumpsumfinanciering. Dit betekent aan de ene kant beleidsmatige vrijheid ten aanzien van de besteding van de middelen, maar dit brengt anderzijds ook financiële risico’s en verplichtingen met zich mee.

De lumpsumfinanciering is gebaseerd op de leerlingaantallen van het voorgaande school-jaar (t-1). De formatie wordt binnen Stichting Consent verdeeld op basis van de leerling-aantallen van het betreffende schooljaar (t). Bij een stijging van het leerlingaantal betekent dit een (bovenschoolse) voorfinanciering voor Stichting Consent.

Het beleid van het bestuur kan alleen worden uitgevoerd als er op korte en lange termijn een gezonde financiële basis aanwezig is. Tot op heden is daar binnen de Stichting Con-sent sprake van. Bovendien zijn er geen redenen om aan te nemen dat dit op termijn gaat veranderen.

Als input voor de meerjaren begroting van Consent wordt er door de schooldirecteuren jaarlijks een meerjaren begroting plus meerjaren investeringsplan door de schooldirecteur opgesteld. De schooldirecteur krijgt hiertoe een indicatie-begroting toegestuurd vanuit het bestuursbureau. De meerjaren schoolbegroting en het meerjaren investeringsplan moeten in beginsel uiterlijk voor de zomervakantie door de MR worden voorzien van een advies. De schooldirecteur dient de meerjaren begroting vervolgens in bij het College van Bestuur (CvB). Het CvB stelt vervolgens de begroting voor het komende kalenderjaar vast. Daarbij wordt het voorbehoud gemaakt dat de begroting van Consent wordt goedgekeurd door de Raad van Toezicht.

In de december vergadering van de GMR wordt de begroting van Consent van een advies voorzien. Tevens wordt in de maand december de begroting goedgekeurd door de Raad van Toezicht.

Voor een voorbeeld schoolbegroting en een toelichting hierop wordt verwezen naar de ‘Leeswijzer behorende bij de voorbeeldbegroting voor de school’.

Vergoedingen

Het overgrote deel van de inkomsten bestaat uit de vergoedingen (lumpsum) voor:

  • personeel;
  • materieel; en
  • personeel & arbeidsmarktbeleid (P&A).

De formatie die de school ontvangt voor personeel wordt per schooljaar bepaald op basis van het leerlingaantal van het betreffende schooljaar (t). De vergoeding die de school ont-vangt voor materieel wordt per kalenderjaar bepaald op basis van het leerlingaantal op

1 oktober van het voorgaande jaar (t-1). De vergoeding die de school ontvangt voor P&A is gebaseerd op een percentage van de rijksvergoeding P&A. Dit percentage bedraagt al een aantal jaren 15%.

Van het vervangingsfonds ontvangt de school een vergoeding voor de kosten van ver-vanging van personeel.

De administratieve verwerking van bovenstaande vindt plaats op het bestuursbureau.

Overige inkomsten

De overige vergoedingen zijn deels afhankelijk van de leerling-populatie en verschillen hierdoor per school. Hierbij kan gedacht worden aan:

  • impulsgelden;
  • loonkostensubsidie (voor administratief personeel);
  • prestatiebox;
  • lerarenbeurs.

Daarnaast ontvangen scholen een ouderbijdrage, bijvoorbeeld ter vergoeding van over-blijfkosten. In het geval dat er op een locatie sprake is van medegebruik, vindt een door-berekening van exploitatiekosten plaats.

Bij scholen welke een structurele groei van het leerlingenaantal niet langer kunnen op-vangen met de toegekende formatie danwel geconfronteerd worden met (andere) klem-mende situaties op het gebied van de formatie die zonder ingrijpen zouden leiden tot ern-stige gevolgen voor de onderwijskwaliteit, wordt maatwerk geleverd. Daarnaast is voor scholen, die in de loop van een schooljaar sterk stijgen, een bovenschools budget voor flankerend beleid aanwezig.

De administratieve verwerking van bovenstaande vindt plaats op het bestuursbureau.

Besteding

De budgethouder (i.c. de schooldirecteur) is gemandateerd om binnen het aan hem/haar beschikbaar gestelde budget verplichtingen aan te gaan. Indien de verplichting hoger is dan € 25.000 (excl. BTW) geldt dat het College van Bestuur de uitgaande opdracht tekent.

Inkoopfacturen worden door de budgethouder getekend voor akkoord, waarna de facturen door het bestuursbureau geregistreerd en betaalbaar gesteld worden.

Beheer

De schooldirecteur is er verantwoordelijk voor dat de bestedingen binnen de beschikbaar gestelde budgetten blijven. Via Afas kunnen schooldirecteuren op elk gewenst moment hun budgetten bekijken en desgewenst wijzigingen in de prognoses aan het bestuursbu-reau doorgeven.

Per kwartaal vindt bovendien monitoring op de budgetten plaats vanuit het bestuursbu-reau. Daar waar nodig vindt een gesprek met de schooldirecteur plaats en worden acties genomen (bijv. bijstellen prognoses).

Reservering

Per 1 januari 2014 zijn alle reserves naar bovenschools overgeheveld. Met scholen, die op 31 december 2013 beschikten over een reserve boven norm zijn afspraken gemaakt over de besteding van die reserve.

Reserveringen voor groot onderhoud vinden plaats op bovenschools niveau.

Verantwoording (wie, wat (jaarverslag), wanneer)

Stichting Consent stelt jaarlijks jaarstukken op, waarin het financieel beleid en financiële positie van heel Consent tot uiting komt.

Per kwartaal wordt door het bestuursbureau een integrale managementrapportage opge-steld, waarin elementen terugkomen met betrekking tot financiën, leerlingaantallen, per-soneel en onderwijskwaliteit.

Scholen die hierbij op onderdelen afwijken van de norm, dienen hierover verantwoording af te leggen richting het College van Bestuur.

Daarnaast vindt verantwoording over het beleid van de school plaats tijdens de jaarlijkse schoolbezoeken met het College van Bestuur.

 

6.3 Strategisch huisvestingsbeleid

Eind 2011 heeft Consent een hernieuwde visie op strategische huisvesting ont-wikkeld. Deze visie is vormgegeven en beschreven door M3V Huisvestingsadvi-seurs en in april 2012 gepresenteerd. In de rapportage is naast de strategische richtlijn ook aandacht voor de operationalisatie van de visie. Met behulp van een meetinstrument is het mogelijk om gebouwen op school- en wijkniveau te beoor-delen en zo toekomstperspectief te bepalen. Dit toekomstperspectief vormt de ba-sis voor het tactische en operationele huisvestingsbeleid van Consent in de perio-de 2015-2024, vast te leggen in een integraal huisvestingsplan. Daarin wordt dus niet het ‘advies voor morgen’ beschreven, maar voor overmorgen.

De redenen voor het ontwikkelen van een nieuwe strategische huisvestingsvisie:

  • Een verwachte structurele daling van het aantal leerlingen.
  • In 2009 is het beleid van de gemeente Enschede gewijzigd. De gemeente zal geen schoolgebouwen meer uitbreiden zolang er bij andere scholen binnen een straal van 2 km nog leegstand is.
  • Op gemeentelijk niveau werken de drie grote schoolbesturen aan de totstandko-ming van Integrale Kindcentra (IKC’s) voor 0 t/m 13-jarigen. Het huisvestingsbeleid van Consent moet hierop worden afgestemd.
  • Volgens de meerjaren onderhoudsplannen (MJOP’s) ligt het bedrag dat jaarlijks nodig is om alle schoolgebouwen op een voldoende niveau te kunnen onderhou-den, rond de € 1 miljoen. Dit bedrag ligt niet in lijn met de lumpsum-vergoeding die er tegenover staat.
  • Vanaf 1 januari 2015 zal de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud wor-den overgedragen aan de schoolbesturen. De (financiële) risico’s voor het totale onderhoud komen hiermee bij het schoolbestuur te liggen.
  • Het zoveel mogelijk voorkomen van adhoc-beslissingen op huisvestingsgebied.
  • Het bestuur van Consent vraagt zich af of het huisvestingsbeleid wel op de juiste wijze binnen de organisatie geborgd is en op welke wijze het huisvestingsbeleid zowel strategisch als operationeel moet worden vormgegeven.
  • Consent wenst grip te krijgen op haar gebouwenportefeuille in relatie tot MJOP’s, exploitatielasten en de jaarbegroting.

 

Huisvesting als strategisch bedrijfsmiddel

Onderzocht is of de huidige gebouwen voldoen aan de onderwijskundige en bestuurlijke ambities voor de toekomst. Op termijn zal blijken of Consent het huidige aantal uitvoeringslocaties kan blij-ven exploiteren. De lumpsum-vergoeding moet aansluiten bij de middelen die nodig zijn om de gebouwen in goede staat te houden. Er dienen prioriteiten te worden gesteld.

De huisvestingsstrategie moet het onderwijskundig beleid van Consent maximaal ondersteunen. Het strategisch perspectief (Consent 2022) is leidend. Huisvesting kan worden gezien als strate-gisch bedrijfsmiddel dat wordt ingezet om de organisatiedoelen te bereiken.

Doelstellingen op het grensgebied van huisvesting en onderwijs:

  • Consentscholen zijn in voldoende mate beschikbaar, er is een breed aanbod van scholen en onderwijsconcepten in een geografisch dekkend gebied.
  • De Consentschool is een sterk merk in de wijk.
  • De Consentschool is een basisvoorziening met een doorgaande leerlijn voor 0 t/m 13 jari-gen.
  • De huisvesting zo veel mogelijk laten aansluiten op het ondersteuningsprofiel van de school.
  • Het schoolgebouw geeft invulling aan de missie en kernwaarden en biedt een leeromge-ving met een gevarieerd aanbod aan leer- en werkplekken voor leerlingen en personeel.
  • Het gebouw is een inspirerende werkomgeving voor personeel.
  • Gebouwen passen functioneel bij het (toekomstige) onderwijsprofiel/concept van de school.
  • Het schoolgebouw is aantrekkelijk en nodigt uit er bij te (willen) horen.
  • Doelstellingen op het grensgebied van huisvesting en financiën:
  • De Consentschool is financieel gezond. Er is sprake van een goede financiële ba-sis.
  • De Consentschool is in staat om op basis van de normvergoeding een financieel verantwoord beleid te voeren.
  • Consent heeft zeggenschap over haar gebouwen. Consent is bouwheer (in geval van projecten) en eigenaar of heeft dit contractueel goed geregeld.
  • Inkomsten en uitgaven m.b.t. de exploitatie van het gebouw (gebouwgebonden voorzieningen, services en faciliteiten) zijn met elkaar in evenwicht.
  • De Consentschool is passend gehuisvest. Dit betekent dat de beschikbare capaci-teit past bij de ruimtebehoefte van de school (voorkomen leegstand).
  • De gebouwen zijn van hoge kwaliteit. Dit betekent dat de bouwtechnische en bouwfysische staat goed is en de schoolgebouwen functioneel passen bij toekom-stig onderwijs.

Bovengenoemde doelstellingen zijn essentieel in de ontwerpfase richting de Con-sentschool van 2024. Met andere woorden: deze doelstellingen dragen bij aan de visie op de ideale toekomstige Consentschool. Kennis van de toekomst is noodza-kelijk om te kunnen sturen op uitgaven en investeringen op korte dan wel lange termijn. Een helder beeld van de Consentschool in 2024 maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de juiste prioritering in het jaarlijkse onderhoudswerkplan te maken. De middelen van Consent zijn beperkt en moeten daarom toekomstgericht worden ingezet.

Om de huidige scholen op doelstellingen te kunnen toetsen, is een meetinstru-ment toegepast. Met behulp van dit instrument (de zogenoemde meetlat) worden de belangrijkste doelstellingen geoperationaliseerd. Actuele school- en gebouw-gegevens worden omgeslagen naar meetbare getallen en kwalificaties.

Nadat de meetlatgegevens zijn onderworpen aan indicatoren volgt als resultante een ABC kwalificatie. De score groen geeft aan dat een school voldoet aan de huisvestingsdoelstellingen. Een school valt daarmee in klasse A, wat wil zeggen dat het gebouw goede toekomstperspectieven heeft. De score oranje is klasse B, wat impliceert dat het gebouw voldoende perspectieven heeft maar dat er in de komende jaren investeringen gedaan moeten worden. Klasse C kent de score ‘rood’. In deze klasse voldoen scholen niet aan de gestelde huisvestingseisen en kan worden overwogen om een gebouw af te stoten. Aan de hand van de kern-waarden van Consent zal zowel op school- als wijkniveau worden bepaald of loca-ties in aanmerking komen voor handhaving, onderhouden of afstoting. De uitkomst bepaalt vervolgens het onderhoudsniveau dat zal worden nagestreefd.

 

6.4 Ons relationeel beleid

 

1. Betrokken partijen

Bij het onderwijs zijn zowel de kinderen, de ouders/ verzorgers, het team van de school, de directie, het bevoegd gezag als de (g)MR betrokken. Daarnaast zijn er in relatie tot Consent en de scholen een aantal andere partijen betrokken zoals de Gemeenteraad, de Raad van Toezicht, het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs en IKC’s (voor- en naschoolse opvang).

2. Interne communicatie

Bij communicatie gaat het erom contact te maken en te houden met de ander. Communicatie is van groot belang. De interne communicatie binnen Consent is gericht op het zo optimaal mogelijk laten verlopen van het besluitvormingsproces. Daar is een groot aantal interne actoren bij betrokken. In dit stuk richten wij ons op de bovenschoolse context binnen Consent. De actoren zijn:

  • Raad van Toezicht
  • College van Bestuur
  • Stafbureau
  • Schooldirecteuren
  • Het onderwijs en ondersteunend personeel
  • GMR

Er zijn diverse advies-, informatie- en overlegorganen binnen Consent:

– Netwerken
Alle scholen van Consent zijn verdeeld over een drietal Netwerken (zie tabel). Deze komen zes of zeven keer per jaar bijeen om kennis uit te wisselen, beleidsvoornemen van het CvB te bespreken en elkaar collegiaal te ondersteunen. Nieuw is het netwerk School voor de Toekomst, waarbij scholen die affiniteit hebben met dit thema, bijeen komen in een apart netwerk.

– Adviesgroep Besluitvorming (AGB)
– Focusgroep
Binnen de thema’s van het Strategisch Perspectief zijn kartrekkers per thema. In de focusgroep hebben de kartrekkers zitting, samen met het CvB.
– Kwaliteitsgroep
– Denktank Financiën & Personeel
Wordt betrokken bij de totstandkoming van voorgenomen besluiten, door o.a. zitting te nemen in werkgroepen omtrent een bepaalde thema’s.
– Informatiemiddag Directeuren
Bijeenkomst waarin directeuren worden geïnformeerd over lopende (beleids)zaken en vorderingen van het strategisch perspectief.

Consent ontleend haar naam aan een wijze van besluitvorming: het consentbeginsel. Dit is een basisprincipe binnen de sociocratie dat inhoudt dat een besluit is genomen wanneer geen van de aanwezigen beargumenteerd en overwegend bezwaar heeft tegen het nemen van het besluit. Het verschil met consensus zit in de zin dat degene ‘consent geeft’ niet ‘voor’ het voorstel hoeft te zijn, alleen maar ‘niet tegen’.

De Consent-brede besluitvormingsroute start met een voorgenomen besluit vanuit het College van Bestuur. Dit voorgenomen besluit wordt voorgelegd aan de Adviesgroep Besluitvorming (AGB). In de AGB zitten per Netwerk twee directeuren. Als het voorgenomen besluit voldoende duidelijk is volgens de AGB ter voorlegging aan de netwerken, dan geven zij daar voor consent. De Netwerken bespreken het besluit en verlenen al dan niet consent, waarna het besluit terug gaat naar de AGB. Die bepalen of ze consent geven om het besluit door te sturen naar de GMR. Indien noodzakelijk, kan het zijn dat er nog goedkeuring nodig is van de Raad van Toezicht.

Indien het gehele besluitvormingstraject is doorlopen wordt een voorgenomen besluit omgezet in een definitief besluit.

Of een besluit het gehele traject doorloopt is afhankelijk van de instemmings,- danwel adviesbevoegdheid van de GMR.

Naast communicatie omtrent besluitvorming, is communicatie in het kader van het Strate-gisch perspectief van belang. De Consent Redactie brengt iedere zes weken de Diploma-tenpost uit; een digitale nieuwsbrief waarin interessante zaken in het kader van ons strategisch perspectief worden besproken. Daarnaast wordt twee keer per jaar een Consent Magazine uitgebracht. Deze staan in het teken van bijvoorbeeld de Onderwijsdag en de Winterconferentie.

3. Externe communicatie

De externe communicatie van Consent met de omgeving is van groot belang. Een aantal voorbeelden van externe communicatie:

  • Afleggen van verantwoording in bijvoorbeeld een jaarverslag
  • Nieuwe ontwikkelingen zoals herschikking huisvesting waarvoor veel aandacht is in de media
  • Mondige ouders waarmee zorgvuldig gecommuniceerd dient te worden
  • Leerlingenaantallen waarover we graag communiceren.

Communicatie met de omgeving en vooral met onze huidige en potentiele klanten (kinderen en ouders) is de brandstof van de groei van onze organisatie. We zullen ons intensief moeten richten op de doelgroep, op het bevragen van hun wensen, hun (on)tevredenheid met ons onderwijs en bovenal de dialoog met hen moeten aangaan over het gewenste onderwijs voor de kinderen. Vanuit Consent worden scholen ondersteunt in hun marketing en communicatieactiviteiten. Externe expertise wordt aangetrokken indien de situatie daar om vraagt.

Consent heeft door middel van het aanpassen van het logo een eigen uitingsvorm weten te ontwikkelen. Het veelkleurige logo past bij onze kernwaarden. We zijn bezig om die huisstijl verder te ontwikkelen door uitingsvormen vanuit Consent en haar scholen zoveel mogelijk te uniformeren. Er wordt gewerkt aan beleid in verband met de huisstijl en gebruik van standaard formats.

 

Naar de inhoudsopgave

7 ONZE ZORG VOOR KWALITEIT

 

7.1 Inleiding

Vanaf het schooljaar 2006-2007 is er, georganiseerd vanuit het SPOE, door de Consent-scholen hard gewerkt aan het verhogen van de resultaten van het onderwijs. De PDSA-cyclus van het opbrengstgericht werken is geïmplementeerd en lees- en rekenverbeterplannen zijn uitgevoerd met wetenschappelijke ondersteuning door dr. Kees Vernooy. De verbeterplannen hebben geleid tot een enorme verbetering van de onderwijsresultaten, vaak tot boven de landelijke gemiddeldes ondanks het vrij grote aantal leerlingen met een laag leerpotentieel in onze scholen.

De afgelopen periode hebben we vastgesteld dat de stijgende lijn in onderwijsresultaten afgevlakt is en dat er soms zelfs sprake is van een daling. Dit baart ons zorgen. Het lijkt of we te maken hebben met de uit internationaal onderzoek bekende ‘innovatiedip’. We hebben daarom ons kwaliteitsbeleid aan een herijking onderworpen en starten in het schooljaar 2015-2016 met een nieuwe aanpak (zie paragraaf 7.5). We blijven met deze nieuwe aanpak opbrengst-, oplossings- en handelingsgericht werken maar gaan vooral uit van het realiseren van vaardigheidsgroei bij leerlingen op basis van individueel leerpotentieel. We richten ons op geplande vaardigheidsgroei (GVG) en ambitievaardigheidsgroei (AVG). Vooral bij AVG leggen we de lat voor de leerling hoger dan vanuit het leerpotentieel verwacht mag worden, waarmee we de toegevoegde waarde van de school willen aantonen. Leerresultaten worden twee keer per jaar, in relatie tot de geplande vaardigheidsgroei, als een film in beeld gebracht. Deze werkwijze heeft de naam ‘Script’ gekregen en wordt op alle scholen toegepast. Met deze werkwijze wordt verantwoording afgelegd aan ouders en leerlingen en aan de onderwijsinspectie. Zie ook de beschrijving bij onderdeel 7.3 ‘Leerwinst en toegevoegde waarde’.

Onze kwaliteit meten we niet alleen via de bereikte onderwijsresultaten, maar ook aan de hand van tweejaarlijks tevredenheidsonderzoek onder personeel en ouders. De voorgaande jaren hebben we daarvoor gebruik van het instrument KMPO, maar we ervaren dit instrument inmiddels als gedateerd. Er zijn een aantal alternatieven voorhanden. Onze scholen kunnen een eigen keuze maken, maar de meeste scholen hebben een voorkeur voor het gebruik van instrumenten uit Vensters PO.

 

7.2 De doelen van onze kwaliteitszorg

Onze kwaliteitszorg is erop gericht om het maximale uit de mogelijkheden van iedere leerling te halen. We kijken daarvoor via de werkwijze van Script naar de individuele leerling, maar analyseren onderwijsresultaten ook op groeps-, school- en bestuursniveau.

De pijlers worden zoals gezegd gevormd door het opbrengst-, oplossingsgericht en handelingsgericht werken. Opbrengstgericht werken zien we als een cyclisch proces zoals uitgedrukt in de PDSA-cyclus: Plan, Do, Study, Act. Deze cyclus wordt op alle niveaus toegepast (leerling, groep, school, bestuur). Er worden daarbij hoge, maar realistische doelen gesteld en naar leerlingen toe worden hoge verwachtingen geuit.

Behalve opbrengstgericht met de PDSA-cyclus wordt er ook oplossingsgericht gewerkt.
We verstaan hieronder dat interventies gericht zijn op de oplossing van een probleem en dat niet het zoeken naar een oorzaak van leer- of gedragsproblemen voorop staat, maar. We geven er de voorkeur aan om te zoeken naar wat werkt. We hanteren vier basisregels:

1. Als iets (nog) goed (genoeg) werkt, herstel het dan niet.

2. Als iets goed (genoeg) werkt, doe er gewoon mee verder en/of doe er méér van.

3. Als iets niet (langer) (goed genoeg) werkt, stop er dan mee, leer ervan en doe iets anders.

4. Als iets goed (genoeg) werkt, leer het van iemand anders en/of bied het een ander aan.

Oplossingsgericht werken impliceert dat kindkenmerken en labels minder belangrijk zijn.

Tenslotte werken we handelingsgericht. Daaronder verstaan we dat onderwijsbehoeften en leerkrachtcompetenties centraal staan. Het is een systematische manier van werken, waarbij het aanbod afgestemd is op de onderwijsbehoeften en de basisbehoeften van de leerlingen. Aan de hand van de kindkenmerken wordt gekeken welke onderwijsbehoeften het betreffende kind heeft. Het onderwijs wordt daarop aangepast.

We hanteren zeven principes:

1. Onderwijsbehoeften uit te drukken in instructiebehoeften, leertijd en uitdaging staan centraal.

2. Zorgen voor goede afstemming en wisselwerking tussen het kind en zijn omgeving: de groep, de leerkracht, de school en de ouders.

3. De leerkracht doet ertoe. Hij stemt af op de verschillen tussen de leerlingen en maakt het onderwijs passend.

4. Positieve aspecten zijn van groot belang. Dit gaat niet alleen om de positieve aspecten van het kind, maar ook van de leerkracht, de groep, de school en de ouders.

5. Er is sprake van een constructieve samenwerking tussen school en ouders. De verantwoordelijkheid voor initiatief ligt bij de school.

6. Doelgericht werken. De teamleden formuleren doelen met betrekking tot leren, werkhouding en sociaal emotioneel functioneren. Het gaat hierbij zowel om korte als lange termijndoelen. De doelen worden SMART geformuleerd.

7. De werkwijze van school is systematisch en transparant. Er zijn duidelijke afspraken over wie wat doet en wanneer.

 

Kwaliteitszorg in onze scholen is nauw verbonden met passend onderwijs. Bij de ondersteuning die aan leerlingen geboden wordt maken we onderscheid tussen drie niveaus of lagen: de laag van de basisondersteuning, de laag van de extra ondersteuning en de laag van de diepteondersteuning.

Opbrengstgericht werken, oplossingsgericht- en handelingsgericht werken krijgen in elke laag een andere invulling.

Laag 1: de basisondersteuning. Het betreft de algemene aanpak, zoals regels en routines, afspraken over klassenmanagement, het zelfstandig werken, het toepassen van het Directe Instructie Model, etc.

Voor leerlingen op de vaardigheidsniveaus IV en V wordt de instructie geïntensiveerd.

Voor leerlingen op het vaardigheidsniveau I wordt gezocht naar compacten, verrijken of versnellen.

Als een leerling herhaald en aantoonbaar onvoldoende profiteert van het onderwijsaanbod dan is dit een leerling met specifieke onderwijsbehoeften.

Laag 2, de extra ondersteuning, leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, zoomt in op kansen en belemmeringen (stimulerend en belemmerend) op basis van handelingsgericht-procesonderzoek.

Dit resulteert zo nodig in een eigen leerweg en het opstellen en het uitvoeren van ontwikkelingsperspectief.

Vanuit de middelen voor passend onderwijs wordt hierbij ondersteuning geboden, o.a. door de inzet van collegiaal consulenten, de orthopedagoog en de coach passend onderwijs.

Laag 3: de diepteondersteuning. Voor leerlingen met complexe onderwijsbehoeften die zeer specifieke ondersteuning nodig hebben. Deze diepteondersteuning kan zo specialistisch zijn, dat een arrangement in een speciale voorziening nodig is.

In verband met de doelstellingen voor passend onderwijs, maar ook met het oog op burgerschapsdoelstellingen voor alle leerlingen, streven we het vergroten van het percentage leerlingen dat binnen een basisaanbod passend onderwijs krijgt en het verkleinen van het aantal leerlingen dat diepteondersteuning nodig heeft na.

Dit betekent vooral dat de activiteiten van de kwaliteitsgroep gericht zijn op het vergroten van de competenties van leerkrachten om leerlingen binnen het basisaanbod passend onderwijs te bieden. Dit wordt ondersteund door professionaliseringsprogramma’s vanuit de VCO Consent Academie.

 

7.3 Leerwinst en toegevoegde warde

 

Bij de beoordeling van basisscholen door de onderwijsinspectie spelen zoals gezegd de “eindopbrengsten” een grote rol. Als belangrijkste criterium wordt hiervoor de score op de Cito-eindtoets gebruikt. De Cito-indeling is overgegaan van een ABCDE- naar een I-V indeling. De I-V indeling bestaat uit 5 gelijke groepen van 20%. De indeling in vaardig-heidsniveau I-V geeft aan wat de positie van een leerling is ten opzichte van zijn groeps-genoten.

Het werken met een vaardigheidsniveau zoals de Cito doet, geeft niet aan wat de groei van een leerling is. De groei van een leerling wordt bepaald met de vaardigheidsscore. De schaal voor de vaardigheidsscore is voor elke toets anders.

Aangezien het bij de Cito gaat om een statisch gegeven, een momentopname, is Consent van mening dat dit meetinstrument te weinig recht doet aan het meten van de inspanning die een school verricht om het maximale uit kinderen te halen.

Ook doet de Cito-eindtoets te weinig recht aan onze leerlingen. Zo komen de talenten van onze leerlingen op het gebied van bijvoorbeeld sport of muziek en creatieve talenten niet tot uiting en geeft het niet weer in welke mate een leerling beschikt over 21ste eeuwse vaardigheden, waaronder voldoende communicatieve en sociale vaardigheden. Vaardig-heden die voor hun toekomst erg belangrijk zijn. De resultaten van de Cito-eindtoets zeg-gen dus wel iets, maar zeker niet alles.

Onderwijsrendement is volgens Consent breder dan de kwantitatieve output op basis van scores en Cito-toetsen. Onderwijsrendement is maatschappelijk rendement. Uitsluitend kijken naar output is daarvoor niet toereikend. Om het onderwijsrendement te bepalen zijn niet alleen inspectie-eisen bepalend, maar ook de behoeften van de arbeidsmarkt, het vervolgonderwijs en, op de eerste plaats, de leerling zelf. Hiervoor is het nodig dat het onderwijs haar blik richt voorbij de eigen muren. Hoe doen onze leerlingen het nadat ze de school hebben verlaten? Gedijen ze – met de bagage die zij hebben meekregen – ook goed in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt? Niet alleen de output telt, juist ook ‘outcome’.

Consent is in 2013 gestart met het werken volgens een groeiperspectief voor iedere leer-ling. Uitgaand van het leerpotentieel, zoals gemeten met de ‘Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test’ (NSCCT, in 2015 COTAN goedgekeurd), bespreken we de groei van leerlingen en het perspectief binnen de driehoek leerling – ouder – leerkracht.

Consent maakt gebruik van de vaardigheidsscores van de halfjaarlijkse CITO-toetsen. De reden hiervoor is, dat met behulp van de vaardigheidsscores de groei van een leerling in relatie tot het leerpotentieel in kaart gebracht kan worden. De vaardigheidsniveaus zijn hiervoor niet bruikbaar, omdat deze de relatieve positie aangeven van een leerling binnen de groep. Het werken met vaardigheidsscores sluit geheel aan bij onze opvattingen over het volgen en plannen van onderwijsopbrengsten en met de lijn die de inspectie volgt.

Door de vaardigheidsgroei te koppelen aan het leerpotentieel kunnen we niet alleen vast-stellen wat de leerwinst is, maar ook een indruk krijgen van de toegevoegde waarde van de school. Is de leerwinst groter dan er op basis van het leerpotentieel verwacht mag worden, dan is er sprake van een toegevoegde waarde.

Het vaststellen van een vaardigheidsscore noemt Consent de “foto”; de leerwinst en de toegevoegde waarde noemt Consent de “film”. Het werken met de foto en de film vindt plaats vanaf het schooljaar 2013-2014, in eerste instantie in de groepen 6 t/m 8. Met het leerpotentieel kunnen we vaststellen of een leerling op, boven of onder zijn mogelijkheden presteert. Vanaf schooljaar 2016-2017 willen we de koppeling tussen leerpotentieel en vaardigheidsscores uitbreiden naar de groepen 4 en 5.

Op basis van het leerpotentieel doen we een voorspelling over de vaardigheidsgroei. De-ze voorspelling noemen we ‘geplande vaardigheidsgroei’. Om te voorkomen dat het doel onvoldoende uitdagend is formuleren we ook een ‘ambitie vaardigheidsgroei’.

Wanneer we de resultaten van leerlingen op groeps-, school- of bestuursniveau analyse-ren kijken we naar het percentage leerlingen dat op of boven de geplande vaardigheids-groei uitkomt. Voor 2022 hebben we als doel gesteld dat al onze scholen minimaal 85% van de leerlingen op of boven de geplande vaardigheidsgroei scoort.

Met het leerpotentieel krijgen we inzicht in het verhaal achter het plaatje en kunnen we uitspraken doen over de toegevoegde waarde van de school. Daarna is er nog een be-langrijke stap: analyse van de scores voor vaardigheidsgroei (Study in de PDSA-cyclus). We willen geen directe conclusies uit de cijfers trekken, maar zijn op zoek naar het ver-haal achter het plaatje. We gaan samen na welke aannemelijke redenen er zijn voor ach-terblijvende resultaten. Dat zegt ons namelijk iets over de interventies in de verbeterplan-nen. Deze regel geldt op alle niveaus: leerling, groep, school en bestuur.

Analyse van de resultaten moet op groepsniveau leiden tot een dynamisch groepsplan dat verbonden is met de eerder getoonde piramide. We maken gebruik van de software van Plan B2. Deze software wordt met een toevoeging op maat gemaakt voor Consent en VCO. De scores van de CITO-toetsen en de NSCCT kunnen met een druk op de knop ingevoerd worden en het programma zorgt voor een koppeling tussen het bijbehorend leerpotentieel en de vaardigheidsscores. Als leerlingen in het groene deel van de piramide zitten volstaat de basisaanpak. In het gele en rode deel zijn aanvullende interventies no-dig. Het streven is om het percentage leerlingen in de groene zone zo groot mogelijk te maken. Er zijn echter ook altijd leerlingen in de gele en rode zone. Met behulp van Plan B2 wordt voor hen een dynamisch groepsplan opgesteld.

De toevoeging aan Plan B2 is in de loop van 2015 gereed en dan kan de groei en het groeiperspectief gevisualiseerd worden ten behoeve van de driehoeksgesprekken met leerlingen en ouders.

7.4 De inrichting van onze kwaliteitszorg

 

Bij Consent is op structurele wijze de kwaliteitszorg bovenschools georganiseerd.

Er is een kwaliteitsgroep bestaande uit de leden van het College van Bestuur, de twee directeuren van de SBO scholen, de coördinator van het SPOE en een medewerker van-uit het stafbureau.

Deze “kwaliteitsgroep” heeft tot doel: versterken van opbrengst- oplossings- en hande-lingsgericht werken door systematisch en doelgericht te werken aan het maximaliseren van de prestaties.

Ze gaat uit van de directeur als onderwijskundig leider en leerkrachtcompetenties, en han-teert data feedback, feed forward en een periodieke kwaliteitsrapportage als uitgangspun-ten.

De kwaliteitszorg vindt plaats in halfjaarlijkse cycli. Na elke toetsperiode (M- & E-toetsen) leveren de scholen alle data volgens de SCRIPT-werkwijze aan. De kwaliteitsgroep analyseert de data en de vaardigheidsgroei waarna op centrale bijeenkomsten van het SPOE feedback en feed forward wordt gegeven.

Vervolgens worden de data door de directeuren op netwerkniveau besproken waarbij de netwerken functioneren als een professionele leergemeenschap.

Ook worden de data (datamuur) op schoolniveau in de teams besproken en worden er indien nodig verbeterplannen opgesteld.

Op basis van de data-analyse door de kwaliteitsgroep kan gevraagd of ongevraagd on-dersteuning aan scholen worden aangeboden. Hiervoor zijn leden van de kwaliteitsgroep beschikbaar.

Indien resultaten daartoe aanleiding geven kan ook overgegaan worden tot het direct aanspreken van de schooldirectie door de bestuurder.

In alle gevallen waarbij ondersteuning noodzakelijk wordt geacht, zal een verbeterplan worden opgesteld.

 

7.5 Beleidsvoornemens kwaliteitszorg

Nadat er bij de Consent-scholen vanaf 2007 sprake is geweest van een enorme verbete-ring van de onderwijsresultaten voor lezen, spellen en rekenen is er in de recente periode sprake van een stabilisatie en soms zelfs teruggang. Dat en het onverwachte inspectie-oordeel ‘zwak’ voor een van onze scholen vatten we op als een alarmbel. In het school-jaar 2014-2015 hebben we met een brede groep onze cyclus voor kwaliteitszorg aan een herijking onderworpen. Vanaf 2015-2016 willen we starten met een nieuwe aanpak, die aansluit bij de in 7.3 beschreven werkwijze met SCRIPT. Ook het opbrengst-, oplossings- en handelingsgericht werken en de PDSA-cyclus blijven gehandhaafd.

Ook voor Consent zijn dit belangrijke vragen. We willen echter meer bieden dan basis-kwaliteit. In ons strategisch perspectief 2022 hebben we geformuleerd dat we kinderen een stevige basis willen bieden en dat we hen willen leren leren, leren communiceren en leren hun eigen geluk te organiseren (zie hoofdstuk 6 over het strategisch beleid). We betrekken het strategisch perspectief in de beoordeling van de kwaliteit van de scholen.

Vanaf het schooljaar 2015-2016 maken we de volgende aanpassingen in ons kwaliteits-beleid:

Iedere school stelt jaarlijks een reflectie-, borgings- en ontwikkeldocument op. Voor dit document wordt een format ontwikkeld. In het reflectiedeel worden diverse gegevens verzameld die ontleend zijn aan de planning- en controlcyclus.

 

  • Het reflectie-, ontwikkel- en borgingsdocument is input voor de jaarlijkse manage-mentgesprekken van de directeur en intern begeleider met het College van Be-stuur. De onderwerpen van het managementgesprek komen voor het grootste deel overeen met de planning- en controlcyclus. Daarnaast komen de doelen en pro-gramma’s van het strategisch perspectief aan de orde. In het nieuwe document worden de verbeterplannen opgenomen. De voortgang van deze plannen wordt jaarlijks geëvalueerd in het volgende reflectie-, borgings- en ontwikkeldocument.
  • Jaarlijks vindt een schoolbezoek plaats door de beide leden van het College van Bestuur. De agenda voor dit schoolbezoek wordt opgesteld door de school. De fo-cus ligt op de doelen van het strategisch perspectief.
  • Het managementgesprek en het schoolbezoek zijn tevens verbonden met de (HRM) IPB gesprekkencyclus voor directeuren. Dit betekent dat er jaarlijks na het schoolbezoek afwisselend een functionerings- of beoordelingsgesprek gevoerd wordt.
  • We starten in het schooljaar 2015-2016 met vierjaarlijkse interne audits voor onze scholen. De auditcommissie bestaat uit leden van het CvB, de kwaliteitsmedewer-ker en enkele directeuren en/of intern begeleiders vanuit het netwerk van de be-treffende school. Er wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde waarderende wijze van auditen. Een interne audit moet een positieve ervaring voor de school zijn. Het doel is om vooral te leren van momenten waarop de school ‘op haar best was’: de geslaagde momenten waarop het gewenste resultaat bereikt is en de kracht van de organisatie naar boven is gekomen. Er is ook oog voor problemen, alleen worden deze waarderend onderzocht. Medewerkers worden in een waar-derende audit gestimuleerd om mee te denken over het gewenste resultaat en niet (alleen) het uitrafelen van een probleem. Daarmee wordt draagvlak gecreëerd voor verandering en komen de veranderingen in dialoog met medewerkers tot stand. Centraal staat niet het opzoeken van fouten, maar het vinden van de kracht van de school waarmee mogelijke verbeterpunten kunnen worden aangepakt en de school zich verder ontwikkelt.
  • Onze vernieuwde aanpak sluit aan bij het concept-toezichtkader dat in 2015 door de on-derwijsinspectie beproefd wordt. Kenmerken van het vernieuwde toezichtkader zijn:
  • Uitgaan van basiskwaliteit, gemiddelde kwaliteit en goede kwaliteit. Er is meer aandacht voor verschillen en differentiatie daarbij. De inspectie richt zich vooral op leerwinst.
  • Van monoloog naar dialoog. De inspectie gaat niet alleen uit van haar eigen foto, maar van de eigen foto en de foto die door de school zelf is gemaakt. Men gaat in gesprek over de verschillen tussen die twee.
  • Er komt ruimte om vanuit de vereisten voor basiskwaliteit te kijken naar specifieke profielen en ambities van de scholen.

 

De hoofdvragen die de inspectie stelt zijn:

  • Leren kinderen maximaal?
  • Geven leraren goed les?
  • Is het klimaat voor leerlingen, veilig, stimulerend en ambitieus?
  • Bewaakt de directie de kwaliteit van de school?

We willen de inspectiebezoeken en interne audits vervlechten. Er ontstaat zo een vierjaar-lijkse cyclus voor kwaliteitszorg. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

2015-2016 2016-2017 2017-2018 2018-2019
Reflectie-, ontwikkel- en borgingsdocument

Managementgesprek

Schoolbezoek

Reflectie-, ontwikkel- en borgingsdocument

Interne audit

Reflectie-, ontwikkel- en borgingsdocument

Schoolbezoek

Reflectie-, ontwikkel- en borgingsdocument

Inspectiebezoek

Per school wordt bekeken waar in de cyclus gestart wordt. Dit is afhankelijk van het laatste

 

 

 

Naar de inhoudsopgave

8 ONZE BELEIDSVOORNEMENS/PLANNEN, TOTAALOVERZICHT EN PLANNING VAN DE UITVOERING:

 

 

Onderwerpen schooljaar
2015/2016
schooljaar
2016/2017
schooljaar
2017/2018
schooljaar
2018/2019
na aug. 2019
Rekenen, nastreven doelen automatiseren x x x x
Rekenen, nastreven alle doelen alle deelgebieden x x x x
Borgen van de nieuwe rekenmethode x x x x
Implementeren van de methode Onderbouwd in de groepen 1 en 2 x x
Borgen van de nieuwe aanvankelijk leesmethode VLL Kim x x x x
Borgen van de nieuwe taalmethode x x x x
Engels in de groepen 1 t/m 6 x x x x
Wereldorientatie, implementatie van de thema’s Techniek binnen VierKeerWijzer x x
Muziekonderwijs implementeren methode leskwartier, Losser met muziek x x
Invoering SWPBS x x x x
ICT, een gerichte inzet van iPads / tablets x x x x
Meer aandacht voor (meer)begaafde leerlingen, zorgen voor een nog beter aanbod x x x x
Overdracht van kennis x x x x
Communicate, aandacht voor (interne) communicatie x x x x
Invoeren kinderraad/ Denktank ouders x x
Ander instrument voor tevredenheidsonderzoek gebruiken x

 

Naar de inhoudsopgave